Als ik bij klanten kom om sloten te vervangen, is dat vaak omdat het oude hang- en sluitwerk simpelweg versleten of verouderd is. Maar regelmatig stap ik ook een woning binnen waar kort daarvoor een inbraakpoging heeft plaatsgevonden. Soms bleef het bij schade en schrik, soms hadden de inbrekers helaas wél succes.
Wat daarbij opvalt? In veel gevallen zijn de sloten van bedroevend slechte kwaliteit of ooit verkeerd gemonteerd. Voor een ervaren inbreker zijn dit soort woningen vaak een cadeautje. De enige reden dat er nog niet eerder is ingebroken, is vaak puur geluk. Of beter gezegd: de woning is nog niet “opgevallen”.
Vroeger was alles anders
Dat type hang- en sluitwerk is typisch voor woningen uit de vorige eeuw. Vooral in de eerste helft maakte men zich simpelweg minder druk om diefstal en inbraak.
Buiten de grote steden liet je zonder nadenken je fiets onafgesloten bij het café staan. Zoals mijn vader vroeger zei:
“Een week later stond hij er nog gewoon.”
Tegenwoordig klinkt dat bijna ongeloofwaardig, maar toen was het normaal. Je bleef van andermans spullen af.
Met woningen ging het precies zo. De achterdeur stond open, de voordeur vaak niet op slot en uit de brievenbus hing een touwtje zodat de kinderen zelf naar binnen konden.
Die tijd ligt inmiddels ver achter ons.
Waarom oude sloten vaak onveilig zijn
Vanaf de jaren zeventig en tachtig veranderde het beeld snel. Het aantal woninginbraken steeg fors en bereikte in de jaren tachtig een piek van zo’n honderdduizend geregistreerde inbraken per jaar.
Verzekeraars kregen steeds meer schadeclaims en langzaam groeide het besef dat woningen beter beveiligd moesten worden.
Dat bleek hard nodig, want veel sloten boden nauwelijks weerstand tegen een schroevendraaier of breekijzer. Sommige deuren konden letterlijk binnen enkele seconden worden geforceerd. Ook de montage liet vaak te wensen over.
En eerlijk is eerlijk: veel van die oude situaties bestaan vandaag de dag nog steeds.
Het ontstaan van het Politiekeurmerk Veilig Wonen
Vanuit Engeland waaide uiteindelijk het idee over om woningen te beoordelen op inbraakveiligheid. Zo ontstond het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW).
Het PKVW kijkt onder andere naar:
- de bereikbaarheid van deuren en ramen
- de kwaliteit van het hang- en sluitwerk
- de weerstand tegen inbraakpogingen
Hierbij wordt gebruikgemaakt van de bekende SKG-sterrenclassificatie voor sloten en veiligheidsbeslag.
Kort gezegd moet een woning voorzien zijn van degelijk hang- en sluitwerk dat voldoende weerstand biedt tegen moderne inbraakmethodes.
Hoe veilig is uw woning écht?
Heeft u een woning van vóór 2000 en is er in al die jaren weinig veranderd aan het hang- en sluitwerk? Dan is de kans groot dat uw woning vandaag de dag minder veilig is dan u denkt.
Moderne inbrekers herkennen zwakke plekken vaak in één oogopslag.
Dat betekent niet dat er morgen direct wordt ingebroken. Maar het risico is simpelweg groter wanneer een woning eenvoudig te forceren is.
En geloof me: een inbraak wilt u écht niet meemaken.
Niet vanwege een kapot slot of een beschadigde deur, maar vanwege het gevoel dat iemand in uw woning is geweest. Dat gevoel blijft vaak nog lang hangen.
Laat daarom uw sloten eens controleren en ontdek hoe veilig uw woning werkelijk is. Soms zijn relatief eenvoudige aanpassingen al voldoende om een woning aanzienlijk beter te beveiligen.